Zullen de tabaksfabrikanten wel of niet worden vervolgd?

door:
Anne Marie van Veen (45) is ongeneeslijk ziek, moeder van vier kinderen en is de vrouw van Rob. Anne Marie is als tiener begonnen met roken, net als veel anderen. Ze heeft al verschillende keren geprobeerd te stoppen met roken. Keer op keer lukt dit maar niet, omdat ze te verslaafd was. Nu vele jaren later heeft ze te horen gekregen dat ze uitgezaaide longkanker heeft.

Anne Marie van Veen (45) is ongeneeslijk ziek, moeder van vier kinderen en is de vrouw van Rob. Anne Marie is als tiener begonnen met roken, net als veel anderen. Ze heeft al verschillende keren geprobeerd te stoppen met roken. Keer op keer lukt dit maar niet, omdat ze te verslaafd was. Nu vele jaren later heeft ze te horen gekregen dat ze uitgezaaide longkanker heeft. Hoe lang ze nog heeft weet ze niet. Maar de tijd die ze nog heeft, wil ze zo goed mogelijk besteden en daarom gaat zij de strijd aan tegen de tabaksindustrie. Om zo ook te voorkomen dat haar kinderen, maar ook andere kinderen in de toekomst verslaafd raken en ook hieraan zullen overlijden. De tabaksindustrie probeert namelijk zijn uiterste best te doen om jongeren verslaafd te krijgen aan tabak, door het toevoegen van verschillende additieven die de verslaving veroorzaken, bevorderen en instandhouden.

Advocaat Bénédicte Ficq heeft zich hier in verdiept naar hoeveel gemanipuleerde componenten in de sigaretten zitten met maar één doel de mensen verslaafd maken. Dit is de reden geweest dat advocaat Ficq op 29 september 2016 namens Anne Marie, COPD-patiënt Lia Breed en de stichting Rookpreventie Jeugd aangifte deed. Deze aangifte is voornamelijk gericht tegen de ‘sjoemelsigaret’. De tabaksfabrikanten zouden de sigaretten zo ontwikkelen dat er tijdens de test verkeerde metingen worden gedaan. Het verschil dat gemeten wordt bij de test is wel 2,5 keer zo groot als de werkelijkheid. Na de eerste aangifte sluiten meer personen en organisaties zich aan, waaronder het KWF en Antoni van Leeuwenhoek-Ziekenhuis. Op reactie van de aangifte was er een zienswijze voor de tabaksfabrikanten die op de aangifte konden reageren. Vervolgens is er een aanvullende aangifte gedaan en daarna heeft het Openbaar Ministerie de aangifte beoordeeld.

Aangifte

In eerste instantie was er aangifte gedaan op grond van poging tot moord/doodslag, poging tot (zware)mishandeling, poging tot opzettelijke benadeling van de gezondheid met voorbedachten rade en valsheid in geschrift. De aangevers zijn van mening dat de tabaksfabrikanten door toevoeging van additieven aan sigaretten “willens en wetens een aanmerkelijke kans hebben aanvaard dat het gebruik van hun product leidt tot verslaving en gezondheidsproblemen alsmede tot zwaar lichamelijk letsel, dan wel de dood”. Zij vinden dan ook dat het business model van de tabaksfabrikanten erop gericht is verslaafde gebruikers te creëren, ondanks de enorme gezondheidsrisico’s. Daarnaast zouden de gebruikers zijn misleid door emissieniveaus die op de sigarettenpakjes staan vermeld. De vermelde TNCO-waarden (Teer, nicotine en koolmonoxide) zouden niet overeenkomen met daadwerkelijke niveaus. De toevoeging van ventilatiegaatjes zou de test met de rookmachine beïnvloeden. In werkelijkheid hou je je vingers op die gaatjes waardoor je meer TNCO binnen zou krijgen.

 

 

Zienswijze

Als reactie op de aangifte konden de tabaksfabrikanten hun zienswijze indienen. Zij zijn van mening dat er geen sprake is van valsheid in geschriften, zij zich hebben gehouden aan de ISO-normen dat TNCO-waarden sinds 2016 moesten worden vermeld op de sigarettenpakjes. Daarnaast is van misleiding ook geen sprake aangezien de ventilatiegaatjes niet heimelijk zijn geplaatst. Ook van de overige gewelds- en levensdelicten zou volgens hen geen sprake van zijn omdat de tabaksproducenten zich houden aan de nationale- en Europese regelgeving. Bovendien zijn de gevolgen van de risico’s van het roken algemeen bekend en daarom zou wederrechtelijkheid en causaliteit ontbreken.

 

 

Aanvullende aangiften

De aangevers hebben aanvullende aangiften gedaan op 31 mei 2017, er zou namelijk ook nog sprake zijn van overtreding van artikel 3 lid 1 en artikel 2 lid 1 Tabaks- en Rookwarenwet. Dit artikel stelt dat “het verboden is om tabaksproducten in de handel te brengen, indien ze niet aan de AMvB gestelde eisen voldoen die worden gesteld in het belang van de volksgezondheid”. Daarnaast is op 24 augustus 2017 ook op grond van artikel 17a lid 1 Tabaks- en Rookwarenwet aangifte gedaan. In dit artikel staat dat “indien de producten niet in overeenstemming is met de wet, dient de producent de nodige maatregelen te nemen om het product in overeenstemming te brengen krachtens deze wet gestelde eisen, dan wel het product uit de handel te nemen of terug te roepen”. Bovendien verzochten de aangevers om de tabaksfabrikanten voorlopige maatregelen op te leggen, zoals bijvoorbeeld het onthouden van bepaalde handelingen of het zorgdragen/inbeslagneming van de sigaretten.  

 

Beoordeling

De eerste verwijten richten zich tot de geweld- en levensdelicten. Voor deze delicten is opzet vereist, dan wel een gradatie van opzet, de aanvaarding van de aanmerkelijke kans. Uit jurisprudentie blijkt dat van opzettelijk handelen sprake is wanneer iemand bewust een kans in het leven roept en deze aanvaardt. Zoals in dit geval zou zijn, dat de tabaksindustrie aanvaard dat mensen van het roken kunnen overlijden. Naast opzet moet er ook sprake zijn van causaliteit, er moet een verband bestaan tussen de gedraging en de schade. In 2008 is de vraag, of de tabaksproducenten aansprakelijk gesteld kan worden voor gezondheidsschade, voorgelegd aan de civiele rechter. Dit kon de tabaksfabrikanten niet worden toegerekend omdat de gezondheidsrisico’s algemeen bekend waren, aansprakelijkheid alleen is niet voldoende.

 

In dit geval is de vraag of het toevoegen van additieven en ventilatiegaatjes voldoende bijdraagt aan de schadelijkheid van de sigaretten. Bovendien speelt de keuze van het slachtoffer zelf een rol, het kopen van sigaretten vergt namelijk een actieve bijdrage. De keuze om te gaan roken of door te blijven roken is een dusdanige factor dat het niet redelijk is om dit toe te rekenen aan de tabaksfabrikanten. Het Openbaar Ministerie komt dan ook tot de conclusie dat de aangifte ten aanzien van de geweld- en levensdelicten niet tot een succesvolle vervolging kan leiden.

 

Valsheid in geschriften

Naast de gewelds- en levensdelicten is er ook aangifte gedaan van valsheid in geschriften. Aangevers vinden dat er sprake is van een onjuiste vermelding van de TNCO-waarden. Door de toevoeging van ventilatiegaatjes zou men een verhoogde waarde van die stoffen binnen.

Het Openbaar Ministerie vindt dat voor een succesvolle vervolging de nationale- en Europese regelgeving ten aanzien van de rookwaren in de weg staat. De voorgeschreven ISO-testen worden door de industrie en door de autoriteiten (RIVM) gebruikt bij het controleren van de waarden. De gemeten waarden worden overgenomen op de sigarettenpakjes. Er kan dus niet worden gesteld dat de vermelde waarden valsheid betreft. Hoewel de overheid bekend is met de ventilatiegaatjes, is nimmer de regelgeving noch testmethode aangepast.

Ook van nalaten is geen sprake, aangezien de overheid ervan op de hoogte was dat er ventilatiegaatjes in de filters van de sigaretten zitten die de test met een rookmachine de ISO-normen beïnvloeden. Er kan ook niet worden vervolgd op grond van valsheid in geschriften, omdat er niet is voldaan aan het vereiste van opzet en verwijtbaarheid.

 

Overtreding van de tabaks- en rookwarenwet

Het Openbaar Ministerie is van oordeel dat er ook geen sprake is van overtreding van artikel 3 jo. artikel 2 lid 1 van de Tabaks- en Rookwarenwet. De wet schrijft voor hoe er getest moet worden en aan die voorwaarden lijkt te zijn voldaan. Onderzoek wijst uit dat de sigaret binnen de genoemde ISO-normen blijft, daarom is er geen sprake van overtreding van artikel 3 jo. artikel 2 lid 1 van de Tabaks- en Rookwarenwet.

 

Beoordeling van andere dan in de aangifte genoemde feiten

Tevens heeft het Openbaar Ministerie beoordeeld of een succesvolle vervolging eventueel nog wel mogelijk zou kunnen zijn voor een andere strafbepaling dan in de aangifte genoemd.

 

Oplichting

Aangezien het vermelden van de ISO-test in de weg staat aan een veroordeling in valsheid in geschrift, kunnen de uitslagen misschien leiden tot oplichting door aanbrengen van ventilatiegaatjes. Voor oplichting dient er gebruik te worden gemaakt van een oplichtingsmiddel. Bij het inhaleren zou je met je vingers de gaatjes bedekken, wat tijdens het testen niet gebeurd. Dit leidt tot een verkeerd testresultaat.

 

De vraag is of ventilatiegaatjes maken in sigarettenfilters kan worden aangemerkt als voldoende ernstige vorm van bedrieglijk handelen. Kan daarmee een onjuiste voorstelling van zaken in het leven worden geroepen om daar vervolgens misbruik van te maken? Ventilatiegaatjes werden al toegepast voordat de Europese regelgeving die de ISO-normen voorschreef bestond. Het doel van die gaatjes was, het verbeteren van de rookervaring en het terugdringen van de hoeveelheid schadelijke stoffen. Doelstelling van de ventilatiegaatjes is dus enerzijds verbetering van de rookervaring en anderzijds vermindering van de hoeveelheid schadelijke stoffen. Er kan dus niet gesproken worden van een oplichtingsmiddel.

 

Ook ten aanzien van additieven is niet gebleken dat dit een oplichtingsmiddel oplevert. De Europese tabaksproductenrichtlijn schrijft voorwaarden voor welke additieven toegestaan zijn en onder welke voorwaarden deze mogen worden toegevoegd. Op deze manier kunnen de bevoegde autoriteiten controleren of tabaksproducenten zich houden aan de Europese richtlijnen. Er is niet gebleken dat er additieven zijn toegevoegd die in strijd zijn met deze richtlijnen.

Conclusie is dat de sigaretten voldoen aan de daarvoor geldende regelgeving en er daarom geen sprake is van oplichting.

 

Bedrog bij verkoop

Ook voor bedrog dient er sprake te zijn van een oplichtingsmiddel, hiervoor gelden dezelfde bezwaren als bij oplichting. Dus ook een beroep op bedrog slaagt niet.

 

Beroep op art 174 en 175 Wetboek van Strafrecht

Deze artikelen beschermen de menselijke gezondheid en het leven tegen gevaarlijke producten die handelaren bewust op de markt brengen, zonder dat die gevaarlijke aard bekend is of bekend wordt gemaakt. Er wordt meer TNCO geïnhaleerd dan de waarden die op het pakje vermeld staan. Ook zouden er stoffen zijn toegevoegd, waar roker niet van op de hoogte is. De sigaretten zouden nog schadelijker zijn dan al bekend is. Voor een veroordeling op grond van artikel 174 en 175 Wetboek van Strafrecht moeten de sigaretten schadelijker zijn dan de TNCO-waarden die vermeld staan op de pakjes, dit blijkt niet per definitie zo te zijn. Bij “light sigaretten” wordt vaak dieper geïnhaleerd, waardoor dit niet perse minder schadelijk is dan een “volle sigaret”. Om vast te stellen of ventilatiegaatjes werkelijk schadelijk zijn moet nader onderzoek worden verricht. De tabaksfabrikanten volgen ook hier de regelgeving, daarom valt hun niks te verwijten.

 

Het Openbaar Ministerie vindt dat ze op geen van de hiervoor genoemde feiten kan overgaan tot vervolging van de tabaksfabrikanten, er is onvoldoende aanwijzing voor een redelijk vermoeden van een strafbaar feit.

Hoe zal het proces nu verder verlopen? Advocaat Ficq laat het hier niet bij zitten en spant een artikel 12 Sv-procedure aan om vervolging af te dwingen. Ficq heeft een klaagschrift van 800 pagina’s ingediend en wordt behandeld door het gerechtshof Amsterdam.

 


Discussie

Relevante artikelen