De moeizame verbetering van vrouwenrechten

Wat houdt het Istanbul-verdrag in en waarom verzetten landen zich?

Door: Bo Driesen

Het lijkt bijna niet meer voor te stellen, maar in veel landen vinden nog steeds schendingen van mensenrechten van vrouwen plaats. Zo komen onder andere seksueel geweld, gedwongen prostitutie, opsluitingen in huis en huiselijk geweld nog veelvuldig voor. De Verenigde Naties (hierna: VN) heeft het plegen van huiselijk geweld tegen vrouwen in 1993 al veroordeeld. De VN verklaarde dat de overheid mensenrechten schendt wanneer zij dit geweld niet voorkomt of de daders niet vervolgt.[1] Het beschermen van vrouwen in kwetsbare situaties zou voor zich moeten spreken. Dit werd daarom de gedachte achter de in 2011 ondertekende Istanbul conventie. Deze conventie werd de Europese opvolger van de VN-verklaring uit 1993. Nu, tien jaar, later trekt Turkije zich terug uit het verdrag. Wat houdt dit verdrag in en waarom verzetten landen zich?

Het verdrag
De Istanbul-conventie is opgesteld door de Raad van Europa, waar 47 landen lid van zijn. Het opstellen heeft veel tijd gekost, omdat er moeilijk een overeenstemming werd bereikt.[2] Turkije was de eerste die de conventie ratificeerde, waarna 33 andere landen volgden. Het enige lid van de Raad van Europa die de conventie niet heeft ondertekend, is Rusland. De conventie wordt gemonitord door de Group of Experts on Action against Violence against Woman and Domestic Violence. Deze groep bevat vijftien leden die verkozen worden door de deelnemende staten.[3]

Het verdrag stelt dat geweld tegen vrouwen mensenrechtenschending en discriminatie is.[4] De overheid dient vrouwen te beschermen en de daders te vervolgen.[5] Verder geeft het verdrag een definitie van gender: ‘de maatschappelijk bepaalde rollen, gedragingen, activiteiten en eigenschappen die in een maatschappij passend worden geacht voor vrouwen en mannen’.[6] Onder geweld tegen vrouwen valt onder andere psychologisch geweld, stalking, fysiek geweld, seksueel geweld, huwelijksdwang, genitale verminking, gedwongen abortus en gedwongen sterilisatie.[7]

Nadat de conventie in werking is getreden, zijn er verschillende acties ondernomen om vrouwenrechten te verbeteren. Zo heeft Zweden een hulplijn geopend en nam Nederland een nieuwe verkrachtingswet aan.

Polen
In juli 2020 kondigde de Poolse minister van Justitie Ziobro aan dat Polen uit het Istanbul verdrag wilde stappen. Volgens de minister is er al genoeg wetgeving veranderd, waardoor vrouwen voldoende beschermd zijn. Verder wilde de conservatieve, regerende partij PiS, die verbonden is met de katholieke kerk gericht op het inperken van lhbti-rechten, de traditionele normen en waarden, het Poolse gezin en de Poolse identiteit behouden. De regering is ook van mening dat het verdrag niet op één lijn ligt met religie en dat het niet gepast is dat gender gerelateerde zaken onder de aandacht komen op scholen. Polen is nog niet officieel uit de conventie gestapt.[8]

Turkije
Geweld tegen vrouwen is een toenemend probleem in Turkije.[9] Om de banden met Europa goed te houden en uiteindelijk toe te kunnen treden tot de Europese Unie wilde Turkije graag dat het verdrag werd ondertekend in Istanbul. Echter, ze zou uiteindelijk het eerste land worden dat zich terugtrok. Dit gebeurde in maart 2021, met als reden dat het verdrag niet in lijn is met de traditionele familiewaarden in Turkije. Dit zou volgens conservatieven geweld tegen vrouwen juist uitlokken. De regerende, conservatieve partij, de AKP, stelde verder dat het verdrag homoseksualiteit promoot.[10]

Politici reageerde geschokt op de terugtreding van Turkije. Velen waren van mening dat dit onacceptabel is. Voorzitter van de Europese Commissie Ursela von der Leyen vond dan ook dat ‘vrouwen bescherming verdienen door sterke wetgeving’. Verder vond de Amerikaanse President Biden dit een ‘diep teleurstellende’ stap. Ook waren er elke week straatprotesten voor vrouwenrechten. Daarnaast Is er veel aandacht voor op social media.[11]

Er kan worden geconcludeerd dat,ondanks de vele demonstraties en verdragen die opgesteld zijn om de posities van vrouwen te verbeteren, deze idealen blijven botsen met geldende waarden. De Istanbul-conventie is hier een goed voorbeeld van. Deze conventie was gericht om geweld tegen vrouwen en discriminatie te bestrijden. Echter, een aantal landen is het niet volledig eens met deze idealen. Deze landen, waaronder Polen en Turkije, hebben vooral conservatieve regeringen, die vooral oordelen dat de doelen van de conventie niet overeenkomen met de traditionele normen en waarden in het land. Het blijft dus alsnog een strijd om de positie van vrouwen over de hele wereld te verbeteren. Wat gaat de volgende stap vooruit worden?

 


[1] ‘Geweld tegen vrouwen’, amnesty.nl.

[2] F. Opromolla, ‘Tien jaar Istanbul-conventie: ‘Een mijlpaal met een zorgelijk randje’, 11 mei 2021 nos.nl.

[3] ‘About GREVIO – Group of Experts on Action against Violence against Women and Domestic Violence’, coe.int.

[4] Art. 3 (a) Convention on preventing and combating violence against women and domestic violence (hierna: CVAW).

[5] Art. 5 CVAW.

[6] Art. 3 (c) CVAW.

[7] Art. 33-39 CVAW.

[8] ‘Polen wil zich terugtrekken uit verdrag dat geweld tegen vrouwen bestrijdt’, 26 juli 2020 nos.nl.

[9] R. Vreeken, ‘Turkije stapt uit Europees verdrag over geweld tegen vrouwen, protesten in meerdere steden’, 21 maart 2021 volkskrant.nl.

[10] F. Opromolla, ‘Tien jaar Istanbul-conventie: ‘Een mijlpaal met een zorgelijk randje’, 11 mei 2021 nos.nl.

[11] F. Opromolla, ‘Tien jaar Istanbul-conventie: ‘Een mijlpaal met een zorgelijk randje’, 11 mei 2021 nos.nl.