Het wetsvoorstel elektronische detentie: waar de bezuinigingsdrang al niet toe kan leiden…

door:
Afgelopen week heeft Staatssecretaris Teeven van Veiligheid en Justitie het wetsvoorstel elektronische detentie ingediend bij de Tweede Kamer. Met dit wetsvoorstel wil Teeven gedetineerden hun straf buiten de gevangenis laten uitzitten door middel van elektronisch toezicht, maar dit is slechts mogelijk voor gedetineerden die zich ‘goed gedragen’. Hierdoor zullen de bestaande externe vrijheden voor gedetineerden, zoals het penitentiair verlof en het penitentiair programma, verdwijnen. Het incidenteel verlof blijft wel gehandhaafd.

Elektronische detentie houdt in dat een gedetineerde wordt verboden een bepaalde plaats gedurende een bepaalde periode te verlaten. Dat zal normaliter zijn huis zijn. Of de gedetineerde daar aanwezig is zal door middel van elektronisch toezicht worden gecontroleerd door een reclasseringsambtenaar. Dit houdt een afschaffing van de algemene regeling van detentiefasering in, waarover de Raad van State niet bepaald te spreken is. Teeven vindt het noodzakelijk dat gedetineerden met goed gedrag meer bewegingsvrijheid en voorwaardelijke invrijheidsstelling kunnen verdienen in het kader van hun resocialisatie.

Op dit wetsvoorstel is echter de nodige kritiek gekomen. De Raad voor de Rechtspraak is van mening dat niet de Dienst JustitiĆ«le Inrichtingen (DJI) moet beslissen of de gedetineerde zijn straf thuis mag uitzitten, maar de rechter: door het opleggen van welke straf dan ook wordt er een inbreuk gemaakt op de grondrechten van de veroordeelde. Deze beslissingen kunnen nu eenmaal slechts worden gemaakt door een onafhankelijke rechter en het onderhavige wetsvoorstel doet afbreuk daaraan. Daarnaast is de Raad van State van mening dat dit wetsvoorstel breekt met de bestaande detentiefasering met een penitentiair programma en dat zo’n vergaande beslissing niet hoofdzakelijk uit budgettaire overwegingen kan voortvloeien. Met dit wetsvoorstel verwacht Teeven namelijk zo’n €16 miljoen te besparen als onderdeel van het Masterplan DJI 2013-2018. Tevens kunnen naar mijn mening vraagtekens worden geplaatst bij dit wetsvoorstel in het kader van de bescherming van de woning in het strafrecht. Van de gedetineerde wordt immers verwacht dat hij op elk moment ‘vrijwillig’ toestemming aan de reclasseringsambtenaar verleent om zijn huis binnen te treden. Doet hij dat niet, dan kan hij linea recta terug naar de gevangenis. En toch blijft Teeven dit ‘vrijwillige toestemming’ noemen.

Hoewel in de Nederlandse politiek juist de neiging bestaat om steeds meer en harder te straffen, beseft Teeven zich nu dus dat dat ook geld gaat kosten. Kostenoverwegingen lijken mij geen overtuigende argumenten om tot een dergelijk wetsvoorstel te komen en het is dan ook te hopen dat dit wetsvoorstel door de Tweede Kamer wordt afgewezen.