Keti Koti

Een nieuwe nationale feestdag?

Door: Tobias Blokhuis

Afgelopen donderdag 1 juli werd opnieuw het afschaffen van de slavernij in Nederland gevierd. Natuurlijk werd ook die verschrikkelijke tijd herdacht. Op 1 juli 1863 kwamen met de afschaffing van de slavernij ruim 45.000 oorspronkelijk Afrikaanse tot slaaf gemaakte mensen vrij. In Suriname is 1 juli een nationale feestdag, waar deze dag de Dag der Vrijheden wordt genoemd. In Nederland heet deze dag Keti Koti. Keti Koti wordt sinds 2002 in verschillende grote steden in Nederland gevierd, maar het is geen nationale feestdag. Wat houdt Keti Koti precies in? Moet dit een nationale feestdag worden?

Het afschaffen van de slavernij

In 1863 werd het einde van de slavernij in Suriname en op de Antillen officieel afgekondigd. In Nederlands-Indië was dat al een paar jaar eerder geruisloos gebeurd. Echter, Nederland was laat met deze modernisering. Nadat Denemarken in 1803, Groot-Brittannië in 1834 en Frankrijk in 1848 waren voorgegaan, werden eindelijk ook de tienduizenden slaven  in Nederlands West-Indië van hun ketenen bevrijd. De afschaffing van de slavernij in Brits-Guyana in 1834 leidde tot onrust onder de slaven in het nabijgelegen district Nickerie in Suriname. De Nederlandse autoriteiten versterkten het garnizoen en namen andere maatregelen. Toch was in 1837 een opstand onvermijdelijk . Opstanden kwamen op de plantages in de West-Indische koloniën vaker voor en werden streng onderdrukt. In het oerwoud van Suriname vormden zich al in de 18e eeuw gemeenschappen van gevluchte slaven  die soms ook plantages aanvielen. De opstandelingen van Nickerie werden in 1837 zwaar gestraft, anderen werden beloond voor hun trouw aan het gezag. Het initiatief voor afschaffing in de Europese koloniën kwam uit Groot-Brittannië. In 1814 ondertekende Nederland een internationaal verdrag voor stopzetting van de handel in tot slaaf gemaakten. Op 1 juli 1863 werd de slavernij zelf officieel afgeschaft in Nederland’s  belangrijkste slavenkolonie, Suriname. Het effect daarvan bleef voorlopig beperkt. De voormalige slaven waren verplicht om na hun vrijmaking nog minstens tien jaar op contractbasis op de plantages te blijven werken. In Nederland was men meer begaan met de eigenaren dan met de slaven. Die kregen als vergoeding voor elke vrijgemaakte tot slaaf gemaakte 300 gulden uit de staatskas.[1]

Keti Koti

Tijdens Keti Koti herdenken en vieren wij de afschaffing van de slavernij in Nederland en Suriname. Op 30 juni is de herdenking en op 1 juli wordt het bevrijdingsfeest gevierd. Op die dag in 1863 werd de Emancipatiewet van kracht en werd slavernij in Suriname en de Nederlandse Antillen afgeschaft. Keti Koti betekent letterlijk Ketenen Gebroken. In Rotterdam staat het monument ter herdenking van de slavernij aan de Lloydkade, op de plek waar schepen van de Rotterdamse slavenhandelsmaatschappij Coopstad en Rochussen vertrokken naar Afrika.[2] Door het Nationaal Instituut Nederlands Slavernijverleden en erfenis (NiNsee) wordt jaarlijks in de maand juni een programma rondom Keti Koti georganiseerd, met onder andere de jaarlijkse 'Keti Koti Lezing'. Op dinsdag 30 juni 2020 gaf Karwan Fatah-Black de jaarlijkse lezing in Pakhuis de Zwijger, waarin hij vertelde over de Haïtiaanse Revolutie in 1791 die van grote invloed was op de invulling van slavernij en het burgerschap in de vroege 19e eeuw. Daarnaast was dit een grote inspiratiebron voor de opstanden in tal van andere slavenkolonies, zoals de Curaçaose slavenopstand van 1795.[3]

 

De Nederlandse Keti Koti

In de bredere Nederlandse samenleving werd tot voor kort weinig tot geen interesse in het slavernijverleden getoond. Hele generaties Nederlanders zijn opgegroeid zonder dat ze op school veel leerden over het slavernijverleden en de actieve rol die Nederland daarin heeft gespeeld. Echter, de aandacht voor het onderwerp is de afgelopen jaren zichtbaar toegenomen. Het Rijksmuseum werkte jarenlang aan een expositie waarin slavernij in de museumcollectie wordt belicht. Ook zwelde de discussie over de omstreden koloniale afbeeldingen op de Gouden Koets aan. Ook heeft het kabinet nooit officieel excuses aangeboden voor het Nederlandse slavernijverleden. Wel betuigde Lodewijk Asscher in 2013 namens de vorige regering "diepe spijt en berouw" tijdens de herdenking van de afschaffing van de slavernij van 150 jaar geleden.

Keti Koti is in Nederland geen vrije dag, maar de roep om hier verandering in te brengen, wordt steeds luider. De vier grote steden pleiten er recent voor om van Keti Koti een nationale herdenkingsdag te maken die in het teken staat van het afschaffen van de slavernij. Het initiatief daarvoor ontstond in de Amsterdamse gemeenteraad.[4] De overheid laat wel steeds meer zien het belang van deze dag te begrijpen. Zo kwam voor de jaarlijkse herdenking van het Nederlandse slavernijverleden in 2019 een vast bedrag beschikbaar. Het kabinet vond het namelijk belangrijk ervoor te zorgen dat er blijvend bij het slavernijverleden wordt stilgestaan. De regering gaf daarmee gehoor aan een oproep uit de Tweede Kamer. Ook veroordeelde de rechtbank in Amsterdam in juli 2020 twee mannen van 41 en 49 jaar tot boetes van honderden euro's vanwege beledigingen van racistische aard tijdens Keti Koti. De rechtbank oordeelde dat het zeer ernstige en onnodige grievende beledigingen waren en dat het moment van de opmerkingen zeer ongepast was.[5] Burgemeesters en wethouders onderschrijven "het belang van een dag waarop we rouwen en vieren, naar geleerde lessen uit het verleden en een gedeelde toekomst kijken, net zoals we dat doen op 4 en 5 mei". Omdat dit in het belang is "voor alle Amsterdammers en Nederlanders", zijn zij voor een nationale feestdag. Ook Rotterdam, Den Haag en Utrecht hebben zich achter die mening geschaard.

Tegenvuur

Alleen is niet iedereen het hiermee eens. Onder alle deelnemers van een onderzoek door EenVandaag is er weinig steun voor het maken van Keti Koti tot een officiële feestdag. Slechts een kwart van de ondervraagden is er voorstander van. De meerderheid ziet het niet zitten. Zij zijn er niet van overtuigd dat juist deze dag een landelijke feestdag moet worden. Volgens hen is het voldoende als de mensen die er behoefte aan hebben dit in eigen kring vieren. Onder de 620 mensen met een Surinaamse of Antilliaanse migratieachtergrond die aan het onderzoek meededen, is hier wel veel steun voor. Het lijkt hun een mooie manier om met de hele Nederlandse bevolking stil te staan bij een stukje geschiedenis waar we volgens hen allemaal van kunnen leren. Sommigen trekken een parallel met het herdenken van de Tweede Wereldoorlog. "Dit is ónze bevrijdingsdag.”[6]

Hoewel Keti Koti in Nederland dus nog geen officiële feestdag is, lijkt de overheid steeds meer het belang te zien van deze dag. Voor vele Nederlanders is het slavernijverleden nog een zware gedachte, waardoor een herdenking hen veel troost biedt. Ook voor Nederlanders die niet zo erg stilstaan bij dat deel van het verleden, kan Keti Koti als nationale feestdag een leermoment zijn. Duidelijk is dat de meningen over wel of niet een excuus verdeeld zijn, maar toch willen velen er wel een dag bij stil staan. Waar een groot deel van Nederland het dus nog niet met de Surinaamse en Antilliaanse Nederlanders eens is, blijven zij de komende jaren toch vechten om hun bevrijdingsdag de erkenning te geven waarvan zij vinden dat die het verdient.

 

[1] ‘Tijdlijn: 1863 afschaffing slavernij’, rijksmuseum.nl

[2] ‘Over ons’, ketikotirotterdam.nl.

[3] ‘Geschiedenis onderkennen kan helpen om samenleving eerlijker en gelijker te maken’, ninsee.nl, 30 mei 2020.

[4] ‘Het is Keti Koti, maar wat houdt dat precies in? Dit moet je weten’, NU.nl, 1 juli 2021.

[5] ‘Vier grote steden willen nationale feestdag voor herdenking slavernij’, NU.nl, 18 juni 2021.

[6] ‘Slavernijherdenking Keti Koti hoeft geen nationale feestdag te worden, vindt 59 procent’, EeenVandaag, 1 juli 2021.