Syrië

door:
Ieder jaar probeer ik in enkele weken een ander land te ontdekken. Syrië was dit jaar mijn bestemming. Veel mensen vroegen mij waarom ik zo graag naar Syrië wilde. Mijn antwoord was dan: “Het moet een mooi land zijn met een mooie historie.” Ik heb echter gemerkt dat er in Syrië nog veel meer aan de hand is en dan met name op het gebied van de mensenrechten.

Geschiedenis van de Arabische Republiek Syrië

Syrië heeft een zeer rijke historie. De eerste beschavingen ter wereld hebben in Syrië hun sporen achtergelaten. De recente geschiedenis van Syrië wordt echter gekenmerkt door veel bloedvergieten. Tussen 1961 en 1970 werd het land geteisterd door gewelddadige staatsgrepen. In 1970 neemt echter Hafez Al-Assad, de toenmalige Minister van Buitenlandse Zaken van de Ba’ath partij, de macht over en vestigt een militaire dictatuur. Assad wordt de onbetwiste leider van Syrië.

In 1982 manifesteerde het totalitaire karakter van Assad zich op bloedige wijze tijdens de beruchte opstand in de stad Hama. Na schermutselingen tussen oppositiebewegingen en het leger werd de stad gebombardeerd, ingenomen en meer dan acht duizend mensen werden door het leger willekeurig doodgeschoten. Sindsdien ontbeert de oppositie het aan lef om het tegen het regime van Assad op te nemen.

Op 10 juni 2000 is Hafez Al-Assad overleden. Zijn zoon Bashir Al-Assad nam de macht over en belooft de Syriers, onder druk van het Westen, een grotere mate van vrijheid. Echter, de vrijheid is ondanks de beloften van Bashir Al-Assad nog steeds ver te zoeken en mensenrechten worden op grote schaal geschonden.

Ik heb meerdere malen verhalen gehoord over verdwijningen van personen die zich kritisch hadden uitgelaten over Syrische politiek.

Rol van het geloof

De Arabische Republiek Syrië is grotendeels Islamitisch. Daarnaast leeft er een vrij grote Christelijke minderheid. In tegenstelling tot vrijwel alle landen rondom Syrië, is de positie van de president niet gebaseerd op een afstamming van de profeet Mohammed. Assad is in tegenstelling tot de koningen van Marokko en Jordanië geen afstammeling van Mohammed. Tevens is er geen sprake van een zeer orthodoxe elite zoals in Iran en Saudi-Arabië.

In dat opzicht wijkt het politieke systeem voor een groot deel af van Iran en andere Arabische landen. De positie van de president of koning wordt immers in het geheel niet gelegitimeerd vanuit het geloof. De legitimatie van de Syrische president zou echter te vinden zijn in de wil van het volk. Maar ondanks dat Syrië een republiek is, zijn er vooralsnog geen vrije verkiezingen gehouden. Na het overlijden van Hafez Al-Assad had het Syrische volk even de hoop dat de volgende leider gekozen zou kunnen worden, maar deze hoop vervloog al snel door het optreden van zijn zoon Bashir.

Vrijheid van meningsuiting

In beginsel garandeert de Syrische grondwet de vrijheid van meningsuiting, van vergadering en een eerlijke procesgang. Deze vrijheden worden echter beperkt door de presidentiële decreten die sinds de noodtoestand (die in 1963 werd uitgeroepen) op grote schaal worden uitgevaardigd.

De vrijheid van meningsuiting in Syrië is zeer beperkt. Het land wordt gecontroleerd door de Syrische geheime dienst, de Mukhabarat (‘intelligence’ in het Arabisch). De Mukhabarat zorgt ervoor dat elke vorm van kritiek op de president of op het politieke systeem in de kiem wordt gesmoord. Maar het bestaan van grote onvrede onder de bevolking ten aanzien van het politieke systeem staat vast. Dit heb ik ook zelf mogen ervaren in de gesprekken die ik met verschillende personen gevoerd heb. Het was voor mij interessant te leren dat veel jonge mannen erg graag praten over problemen in de regio rondom Syrië, zoals de invasie in Irak. Onderwerpen die het eigen land betreffen, worden echter liever niet in het openbaar besproken. Ik heb meerdere malen verhalen gehoord over verdwijningen van personen die zich kritisch hadden uitgelaten over de Syrische politiek.

Ook Amnesty International heeft in het kader van mensenrechten veel kritiek geuit op de politiek van Assad in Syrië. Een sprekend voorbeeld is het verhaal van de Syrische schrijver Muhammad Ghanem die middels vele artikelen het politieke systeem bekritiseerde. Kort daarop werd hij door een militaire escorte opgehaald en verdween voor lange tijd. Ook bronnen van het Nederlandse Ministerie van Buitenlandse Zaken geven vele voorbeelden van politici, advocaten en mensenrechtenactivisten die zonder vorm van proces zijn opgepakt en voor lange tijd werden vastgezet

Tijdens mijn reis heb ik een soortgelijk verhaal gehoord. Ik sprak een Syrische man waarvan een familielid acht maanden eerder, met veel geweld, van zijn bed werd gelicht en werd afgevoerd. Sinds zijn gevangenschap in Homs, één van de meest beruchte gevangenissen van Syrië, had de familie al acht maanden lang niets meer van hem vernomen. Bezoek was niet mogelijk. Ook hij had zich kritisch uitgelaten over het regime.

Persvrijheid

Net zoals vele andere zaken uit het dagelijks leven wordt ook de pers sterk gecontroleerd door de overheid. Objectieve berichtgeving is in Syrië ondenkbaar. Desondanks is het voor veel Syriërs wel mogelijk om via de schotel buitenlands nieuws te volgen. Mijn ervaring is echter dat veel mensen de berichtgeving vanuit het Westen niet geloven en vinden dat deze sterk gekleurd is.

Uiteraard gaat de berichtgeving voor een groot deel over de president en de activiteiten van de Ba’ath partij. Zeer veel aandacht wordt ook besteed aan bezoeken van staatshoofden en andere prominente buitenlandse gasten. Ik kreeg zelf sterk het idee dat de Syrische overheid hard bezig is de bevolking het idee te verkopen dat zij in de ogen van het buitenland (met name het Midden- Oosten) een belangrijke rol speelt.

De kranten zijn, voorzover ik dat zelf heb kunnen lezen, verre van objectief. Aangezien de Syrische kranten vrijwel allemaal in het Arabisch zijn, was het voor mij onmogelijk om deze te lezen. Ik heb hierover wel veel gesproken met een aantal Syriërs en vrijwel allen vertelden mij dat ze de kranten liever niet meer lazen omdat deze toch volstaan met propaganda. De Engelstalige Syrische krant, de Syrian Times, maakte het mij toch mogelijk om enigszins het nieuws te volgen. Wat mij opviel was dat buitengewoon veel artikelen betrekking hadden op de strijd van Syrië tegen het terrorisme. Het beeld van het Westen, dat Syrië een terroristenstaat is, wordt in iedere editie bestreden. Er wordt zeer veel aandacht besteed aan de pogingen van het Syrische leger om het terrorisme in het grensgebied met Irak te bestrijden.

Daarnaast wordt in de columns fel van leer getrokken tegen de V.S. en dan vooral het beeld dat de V.S. heeft van Syrië als een ‘schurkenstaat.’ Het beleid van de Amerikanen in het Midden-Oosten, en dan vooral de grootschalige steun aan Israël, wordt ook zwaar bekritiseerd.

De Koerdische kwestie

De Koerden, die zich voornamelijk in het Noordelijk deel van het land bevinden, vormen een grote minderheid in Syrië. Gelijk aan de omringende landen, wordt het Koerdische volk ook in Syrië onderworpen aan discriminatie en onderdrukking.

De problemen ontstonden in de periode 1958-1961. Toen vormden Syrië en Egypte de Arabische Unie en ontstond het idee dat de grensgebieden met Turkije en Irak door Arabieren bewoond zouden moeten worden. De Koerden verloren daarmee veel van hun invloed in de regio. Daarnaast werd er een volkstelling gehouden waarbij de Koerden werden ingedeeld naar nationaliteit. Om de Syrische nationaliteit te verkrijgen moesten Koerden kunnen aantonen vanaf 1945 in Syrië te hebben gewoond. Velen slaagden daar niet in en werden staatloos verklaard. Deze staatsloze Koerden (inmiddels zo’n 250.000) zijn ontdaan van bepaalde rechten; zij kunnen bijvoorbeeld geen eigen grond in eigendom hebben en mogen ook geen bestuurlijke functies bekleden.

Momenteel wonen er nog ongeveer één miljoen Koerden in Syrië. Zij wonen voor een groot deel op het platteland. Daarnaast zijn voornamelijk jonge Koerdische mannen naar de steden getrokken in de hoop daar werk te vinden. Maar het is voor hen vaak lastig om een redelijke baan te vinden. Ik heb zelf met een aantal Koerden gesproken en allen hadden een baan op zeer laag niveau en werden behoorlijk uitgeknepen door hun baas. Culturele uitingen worden niet volledig beperkt door de Syrische overheid. Er mag, zij het niet op al te grote schaal, uiting worden gegeven aan de Koerdische identiteit. Er mag Koerdisch gesproken worden, maar de Koerdische taal mag niet worden onderwezen. De Koerdische identiteit wordt door de Syrische overheid ook niet erkend. Kortom, ook op cultureel vlak kennen de Koerden weinig vrijheden.

Veel mensen vroegen mij achteraf hoe ik het ervaarde om door Syrië te reizen. Hierop antwoordde ik dat het land vooral erg mooi is, zeer veel historie kent en dat de mensen zo vriendelijk zijn. Ik heb dan ook met veel plezier door Syrië gereisd. Maar ik heb meer dan alleen maar plezier gehad. Ik heb door de gesprekken met de plaatselijke bevolking erg veel geleerd over het leven in een land dat nog steeds met harde hand wordt geregeerd, weinig vrijheden kent en voor het buitenland als broeinest van het terrorisme te boek staat. Het lijkt mij niet makkelijk om in zo’n land te leven. Vooral de verhalen, die mij alleen in zeer besloten kring werden verteld, hebben mij erg geïntrigeerd. Ik vond het verbazingwekkend hoe opgewekt de mensen waren, ondanks de onderdrukking en de vele andere problemen die het leven in een totalitaire staat met zich meebrengt. Ik heb mij in ieder geval wel gerealiseerd dat we in Nederland in onze handen mogen knijpen met de vrijheid die wij hier hebben en genieten.

Uit: Fiat Justitia, 2005, jaargang 18, nummer 1.