Toekomstvoornemens van de Rechtspraak

Door: Kamilla Csavas

Op 17 maart 2021 heeft de Nederlandse bevolking besloten op welke manier het land zich moet ontwikkelen. Inmiddels hebben de nieuwe Kamerleden plaatsgenomen in hun zetel en wachten we geduldig op de formatie van het nieuwe kabinet. Ondertussen heeft de derde staatsmacht niet stilgezeten, want ook de Rechtspraak moet meegenomen worden in de nieuwe ontwikkelingen. In een brief aan informateur Tjeenk Willink staat een aantal aanbevelingen die de rechtsstaat zouden moeten versterken. In een tijd waarin de samenleving hevig geschokt was door de toeslagenaffaire en het vertrouwen in sommige leiders klein is, komt een plan voor een sterkere rechtsstaat geen moment te vroeg. Naast de aanbevelingen heeft de Rechtspraak ook een toekomstvisie en korte termijn plannen ontwikkeld die aan de verbetering van de Rechtspraak zouden moeten bijdragen.

Missie, Visie en Agenda
De Rechtspraak heeft onlangs uiteengezet waar de rechtspraak voor staat en waar het allemaal beter kan. ‘De Rechtspraak beschermt rechten en vrijheden,…zorgt voor een goede toepassing van het recht’, luidt de missie.[1] Dit zijn ook precies de punten waarop de rechtspraak tekort is geschoten in de toeslagenaffaire. Door een wet onnodig streng te interpreteren, werden veel gezinnen ernstig geschaad. Om dit in het toekomst te voorkomen en om rechtvaardige rechtspraak te versterken, is de eerste aanbeveling aan het nieuwe kabinet dat het toetsingsverbod van artikel 120 van de Grondwet (hierna:Gw) opgeheven moet worden. Het toetsingsverbod houdt in dat wetten in formele zin niet door de rechter aan de Grondwet getoetst kunnen worden.[2] De rechter kan niet beoordelen of wetten in formele zin in strijd zijn met de Grondwet, het Statuut of algemene rechtsbeginselen. De toetsingsverbod strekt tot zowel beoordeling van de inhoud van wetten als de wijze waarop zij tot stand is gekomen.[3] Alleen de wetgever zelf kan de grondwettigheid van wetten in formele zin beoordelen.[4]

Het toetsingsverbod zou een obstakel zijn voor een goed functionerende rechtsstaat. De rechterlijke macht kan namelijk niet los worden gezien van de andere staatsmachten, die elkaar in balans houden door een goede wisselwerking van macht en tegenmacht. Dit wordt ook wel checks and balances genoemd. Op het moment dat het toetsingsverbod is opgeheven, kunnen rechters de wetgever corrigeren als een wet in formele zin in strijd zou zijn met de grondwet. Met artikel 120 Gw die van kracht is, kunnen burgers niet altijd een beroep doen op grondwettelijke bepalingen, maar gebeurt dat via internationale verdragsbepalingen die een gelijke strekking hebben. In de zaak Urgenda was te zien dat de rechter mocht oordelen dat de Staat het uitstoot van broeikasgassen met 25% moest verminderen voor het einde van 2020. Echter, de Staat was van mening dat reductie van broeikasgassen materie is voor de politiek. Met het afschaffen van het toetsingsverbod zal de rechter vaker beslissingen kunnen nemen die niet altijd even wenselijk zijn voor de politiek, maar vanuit het oog op rechtsbescherming gerechtvaardigd zou zijn. 

Verder heeft de Rechtspraak een nieuwe visie ontwikkeld waarin de volgende punten centraal staan: rechtvaardigheid, toegankelijkheid, tijdigheid, transparantie en het inspelen op maatschappelijke ontwikkelingen. Om deze doelen te realiseren heeft de Rechtspraak een agenda samengesteld waarin concretere plannen zijn neergelegd voor de komende 3 tot 5 jaar.[5] Bovendien sluiten de kabinetsaanbevelingen aan bij deze doelen. Immers, zoals eerder gezegd, kan de Rechtspraak niet los worden gezien van de andere staatsmachten. Zij zullen hun steentje moeten bijdragen om de Rechtspraak te helpen de ontwikkelingen in de samenleving bij te houden.

Hierboven is de eerste aanbeveling, het opheffen van het toetsingsverbod, reeds behandeld. Uit de brief komt nog een aantal andere punten aan de orde die de rechtvaardigheid zouden moeten bevorderen. Zo is op dit moment een wetsvoorstel om artikel 17 Gw, wettelijk toegekende rechter, spoedig te behandelen en uit te breiden met het recht op een eerlijk proces.[6] Als dit punt met het afschaffen van het toetsingsverbod gerealiseerd zou worden, zouden partijen in een rechtszaak rechtstreeks een beroep kunnen doen op de grondwet voor het recht op een eerlijk proces en is artikel 6 van het EVRM niet de enige optie.

Daarnaast heeft een ander heeft betrekking op het beoordelingsvermogen van de rechter. Wat het strafrecht betreft, is maatwerk van de rechter nodig om het beste effect op de dader en de samenleving te bereiken. Het beperken van die vrijheid van de rechter kan leiden tot onrecht. Volgens de brief zou dit het geval zijn bij het voorstel om het taakstrafverbod uit te breiden. Dit houdt in dat de rechter geen taakstraf mag opleggen in zaken over geweld tegen hulpverleners. Volgens de rechtspraak passen dergelijke voorstellen niet in een rechtsstaat.[7]

Tevens wordt in de brief een laatste instrument aangekaart die de rechtvaardigheid moet waarborgen en dat is ‘een overlegstructuur waarbinnen de drie staatsmachten permanent het gesprek kunnen voeren over het functioneren van de rechtsstaat en de trias politica.’ Van belang is dat er niet óver de rechtspraak wordt gepraat, maar ook mét de Rechtspraak. Binnen dit overlegstructuur kan bijvoorbeeld gesproken worden over onrechtvaardigheid als gevolg van knellende wetgeving of uitvoering.[8]

Op het gebied van toegankelijkheid heeft de Rechtspraak ook een aantal aanbevelingen. Ten eerste zouden de griffierechten in bepaalde zaken verlaagd moeten worden. Het zou gaan om zaken met een klein financieel belang en zaken waarin natuurlijke personen juist een groot financieel belang hebben, zoals aardbevingszaken. Ten tweede wil de rechtspraak blijven innoveren, om de digitale toegankelijkheid uit te breiden. Dit sluit goed aan bij de agenda, waar laagdrempelige digitale toegang tot de rechter tot uiting komt. Een vorm van digitalisering is het papierloos procederen, die mogelijk via het project Digitale Toegankelijkheid gerealiseerd kan worden.[9] Inmiddels is het project goedgekeurd en wordt dit jaar toegepast op beslagrekesten en rijksbelastingzaken.[10]

Ten derde staat adequate rechtsbijstand op de lijst van aanbevelingen, die toegankelijkheid moet waarborgen voor mensen met minder financiële middelen.[11]

In de huidige klimaat, waarin vertrouwen en openheid met elkaar gepaard gaan, is er ook aandacht besteed aan transparantie. Dit komt deels tot uiting in een deugdelijke motivering van de rechter en deels door een permanente plek te vinden voor online zittingen.[12] Het is goed voor te stellen dat online zittingen ervoor zorgen dat mensen makkelijker mee kunnen kijken en daardoor transparantie wordt bevorderd.

Ook staat een tijdige rechtspraak hoog op de agenda. De komende jaren moeten rechtszaken nog steeds zorgvuldig, maar ook voortvarend worden afgehandeld. Dit kan gerealiseerd worden doordat de rechter zal proberen om zo snel mogelijk een beslissing te maken. Bovendien dienen procedures voorspelbaarder te zijn voor de partijen. Volgens het Jaarverslag 2019[13] kan een procedure voor handelszaken wel twee jaar duren bij de rechtbank en nog eens twee jaar bij hoger beroep. Het is duidelijk dat dit probleem aangepakt moet worden. Het plan is om te zorgen voor een betere planning en meer samenwerking tussen de gerechten om het doel te verwezenlijken.

Conclusie
In de missie, visie en agenda komen veel vertrouwde begrippen over de rechtspraak voor, zoals onafhankelijke en onpartijdige rechters. Ook vindt men een zorgvuldige behandeling van de rechtszaak misschien wel vanzelfsprekend, maar dat is het niet. Men moet kritisch blijven kijken en de Rechtspraak moet met de tijd meegaan. Dit moet niet alleen tot uitdrukking komen in de vorm van digitalisering, maar ook in de actieve houding van de rechterlijke macht die uit de brief blijkt. De Rechtspraak wil meepraten en onrecht voorkomen. Op dit moment is er geen antwoord op de aanbevelingen – er is natuurlijk ook nog geen kabinet die iets met deze aanbevelingen kan ondernemen – dus is het onduidelijk hoe de plannen van de Rechtspraak worden gerealiseer

 

[1] ‘Missie, visie en Agenda van de Rechtspraak’, rechtspraak.nl.

[2] Art. 120 Gw.

[3] prof. mr. R.J.N. Schlössels, prof. mr. R.J.B. Schutgens, prof. mr. S.E. Zijlstra, ‘1032 Wetgeving in formele zin: het toetsingsverbod van art. 120 Gw’, Bestuursrecht in de sociale rechtsstaat Band 2 (HSB) 2019/1032.

[4] mr. D. Stoutjesdijk ‘Geen toetsing aan de Grondwet’, GS Onrechtmatige daad V.1.6.1.1 2018.

[5] ‘Missie, visie en Agenda van de Rechtspraak’, rechtspraak.nl.

[6] ‘Aanbevelingen kabinetsbeleid’, Raad voor de Rechtspraak 2021.

[7] ‘Aanbevelingen kabinetsbeleid’, Raad voor de Rechtspraak 2021, ‘Harde wetten zijn een garantie voor onrecht’, njb.nl.

[8] ‘Aanbevelingen kabinetsbeleid’, Raad voor de Rechtspraak 2021.

[9] ‘Definitief BIT-advies project Digitale Toegankelijkheid’, Bureau ICT-toetsing 2020.

[10] Jaarplan 2021 ‘Rechtspraak maakt samenleven mogelijk’ p. 20.

[11] ‘Aanbevelingen kabinetsbeleid’, Raad voor de Rechtspraak 2021.

[12] ‘Aanbevelingen kabinetsbeleid’, Raad voor de Rechtspraak 2021.

[13] ‘Jaarverslag 2019’, jaarverslagrechtspraak.nl.