Rechtvaardigheid door een leugen?

Rechtvaardigheid door een leugen?

“Ma da was ni!”

De leugendetector, velen zullen bij het horen van dit begrip meteen aan de iconische uitspraak van Wilco Beks denken.(1) Wanneer de test van start gegaan is, zou onopgemerkt een leugen vertellen niet meer mogelijk zijn. Onwaarheden resulteren in roodgloeiende lampen en een bloedstollend alarm. Als je als kind een snoepje gestolen hebt, lijkt het ontkennen daarvan dus vrijwel zinloos. Een extra leugen als deze verwezenlijkt eigenlijk enkel het risico op een hogere straf. Het bekennen van de daad heeft dan wellicht een gunstigere uitkomst. Zoals het instrument in de media gepresenteerd wordt, lijkt het efficiënt om bij een geringe aanwezigheid van bewijs, alsnog de waarheid aan de orde te kunnen brengen.

Het bewijsminimum bij zedendelicten

Een ernstig delict gaat gepaard met een hoger bewijsminimum.(2) Neem bijvoorbeeld een zedendelict. Er zal wettig en overtuigend bewezen moeten worden dat de verdachte bewust, tegen de wil van het slachtoffer in gehandeld heeft. Enkel de verklaring van het slachtoffer zal niet voldoende zijn om tot een bewezenverklaring te komen. Om het voorgaande wél te kunnen realiseren, is gezien de ernst van het feit de aanwezigheid van steunbewijs noodzakelijk. Het bewijsminimum vervullen, en daarmee de daad wettig en overtuigend bewijzen, blijkt in de praktijk echter lastig.(3) Vaker dan niet vinden zedendelicten plaats in de privésfeer, waardoor potentiële ooggetuigen worden uitgesloten. Als gevolg staat het woord van het slachtoffer, recht tegenover dat van de verdachte. Berichten, geruchten of dagboeken kunnen de illusie van steunbewijs wekken. Zij worden echter vooralsnog vaak geacht uit dezelfde primaire bron af te stammen.(4) Indien er geen steunbewijs is, kan het tenlastegelegde feit niet bewezen worden, en zal de verdachte dus vrijgesproken worden.

Risico’s

Een dader zal bij het doorlopen van de test bepaalde verschijnselen vertonen die duiden op de betrokkenheid bij een strafbaar feit. Maar, ook indien iemand de waarheid vertelt, kan het afleggen van een leugentest veel spanning oproepen. Het verschil tussen deze angst, en de angst om te worden ontmaskerd, is qua symptomen niet altijd duidelijk.(5) De strikte benadering is gelegen in het gegeven dat bij een geringe aanwezigheid van bewijs, een verhoogd risico op een onterechte veroordeling ontstaat. Zo kunnen er ook externe factoren meespelen waardoor iemand niet de waarheid verklaard heeft, denk aan een angst voor diens ouders, schaamte, of een poging tot wraak.(6) Het is van belang dat er ten alle tijde een kritische houding aangenomen wordt ten aanzien van de mogelijkheid dat beschuldigingen met betrekking tot de verdachte onterecht zijn. Naast de subjectieve overtuiging van de rechter, moet er ook boven redelijke twijfel verheven zijn dat die overtuiging juist is. Dat vereist een zekere objectivering, nauwkeurige argumentatie, en verantwoording van het bewijsoordeel.(7) Een verdachte wordt geacht onschuldig te zijn, en behoort als zodanig behandeld te worden, totdat het tegendeel bewezen is. Indien dit niet nageleefd wordt, zullen strafrechtelijke beginselen zoals de onschuldpresumptie in het geding komen.(8) 

Slachtofferbelang en maatschappelijke rechtvaardigheid

Anderzijds is het onwenselijk dat ‘daders’ worden vrijgesproken. Vanzelfsprekend kan een zedendelict een traumatisch effect hebben. Slachtoffers hadden geen keuze, met het plegen van dit delict is die keuze voor hen gemaakt. Soms zullen zij de gevolgen van dien zelfs als een levenslange last met zich mee moeten dragen.(9) Dit typeert het belang dat een gepaste sanctie opgelegd zal worden. Daarbij, vanuit preventief oogpunt bezien, is het van belang om te voorkomen dat er een maatschappelijke overtuiging gaat leven dat een dader gemakkelijk met het plegen van een zedendelict wegkomt.

De leugendetector als bewijsmiddel

Eerder is gesteld dat een leugendetector dé oplossing zou kunnen zijn om gemakkelijk tot een bewezenverklaring te komen. Een snelle manier van waarheidsvinding zou daarbij lange procedures voorkomen en hiermee de druk op het systeem verlagen. Toch heeft het instrument geen plaats in ons Nederlands rechtssysteem. Mede door de eerder in dit artikel benoemde factoren, wordt toepassing van het instrument te risicovol en onwenselijk geacht. In Amerika wordt integendeel wél gebruikgemaakt van de leugendetector. Het instrument wordt hier tegen de algemene overtuiging in, niet specifiek gebruikt om de betrokkenheid van een verdachte vast te stellen. Overwegend heeft Amerika als doelstelling het verkrijgen van nieuwe informatie rondom een delict. Door het algemene karakter van ‘nieuwe informatie’ zijn de vragen die gesteld worden minder specifiek waardoor de nauwkeurigheid van de test af zal nemen. Die nauwkeurigheid is juist ontzettend van belang om een betrouwbare testuitslag te realiseren. Als het duidelijk is waar een vraag op doelt, zal er minder ruimte zijn voor foutieve metingen. Het beoogde effect van de leugendetector hangt in Amerika echter niet zozeer van de testuitslagen af. Verdachten ervaren vaak een hevige mentale druk, wetende dat zij een leugentest moeten ondergaan. Dit effect stimuleert hen tot het bekennen van feiten die zij anders wellicht verzwegen hadden. Voor deze nieuwe informatie als bewijsmateriaal is de uitslag van de test niet relevant. In die zin is het zeker effectief om de waarheid aan de orde te brengen.(10)

Toekomstige technologische ontwikkelingen

Het is met ontwikkelingen, zoals AI, niet geheel ondenkbaar dat de toekomst een mogelijkheid tot het ontwikkelen van een nauwkeurige leugendetector zal brengen. Zo is er nu bijvoorbeeld al een laboratoriumonderzoek gedaan naar een (neuro)geheugendetectietest. In vergelijking met de traditionele leugendetector, zijn de uitslagen van deze variant een stuk nauwkeuriger. Het beoogde resultaat, is het vaststellen of iemand over kennis beschikt, die alleen de dader zou kunnen hebben. Een onschuldig persoon weet het juiste antwoord niet, waardoor het genereren van hersenactiviteit vrijwel onmogelijk is. Hierdoor komt de uitslag in grotere mate overeen met de werkelijkheid. Bij drie vragen met vijf antwoorden is de kans 0,8 procent dat een onschuldige hersenactiviteit genereert bij het daderkennisantwoord.(11)

Conclusie

Concluderend, het instrument is in zijn huidige vorm niet passend in het Nederlands rechtssysteem. Persoonlijk acht ik het van groot belang dat de kans dat een dader van een zedendelict daadwerkelijk kan worden veroordeeld toeneemt. Slachtoffers horen niet het gevoel te hebben dat het doen van aangifte kansloos is, enkel omdat hun woord tegenover dat van de verdachte staat. Als de overtuiging dat daders makkelijk vrijuit gaan wordt voorkomen, zullen waarschijnlijk meer slachtoffers de moed vinden om aangifte te doen. Voor zover dit mogelijk is, verdienen partijen natuurlijk een rechtvaardige uitkomst. Het zit hem niet in het versoepelen van de rechtsstatelijke waarborgen, maar in het versterken van de bewijspositie van slachtoffers binnen het bestaande kader. De aantrekkingskracht van de leugendetector is in zulke situaties goed te redeneren, het lijkt een structureel “bewijsprobleem” op te kunnen lossen. Echter, er moet worden gewaakt voor schijnoplossingen. Het Nederlandse rechtssysteem met het bijbehorend bewijsminimum vormt geen belemmering tot rechtvaardigheid, maar een bescherming tegen onterechte veroordeling. Een leugendetector waarvan de uitslag beïnvloedbaar is door externe factoren mist de noodzakelijke objectivering om aan dat kader te voldoen. Efficiëntie tot snellere waarheidsvinding mag niet prevaleren boven fundamentele rechtsstatelijke beginselen. 

Mocht het door toekomstige ontwikkelingen mogelijk worden om op controleerbare en betrouwbare wijze een leugentest ten uitvoer te leggen, dan kan heroverweging gerechtvaardigd zijn.Terughoudendheid blijft echter geboden om zo onterechte veroordeling te voorkomen. Voor nu zal het bij een meme blijven, hoe aantrekkelijk het gebruik van een leugendetector ook leek te zijn.

Bronnenlijst:

  1. TikTok - Make your day. (2021). Geraadpleegd van https://www.tiktok.com/@sbs6nl/video/6927297483244571910  

  2. Borgers, M. (z.d.). Delikt en Delinkwent, De toepassing van de bewijsminimumregel | InView. Geraadpleegd van https://www.inview.nl/document/id12b0cee9be094c7e9ebc097e793facee/delikt-en-delinkwent-de-toepassing-van-de-

  3. Andringa, R., Feenstra, S., Andringa, R., & Feenstra, S. (2024b, 30 juni). Nieuwe zedenwet gaat in: “Bewijs vinden blijft vaak moeilijk”. Geraadpleegd van https://nos.nl/artikel/2526747-nieuwe-zedenwet-gaat-in-bewijs-vinden-blijft-vaak-moeilijk

  4. Borgers, M. (z.d.). Delikt en Delinkwent, De toepassing van de bewijsminimumregel | InView. Geraadpleegd van https://www.inview.nl/document/id12b0cee9be094c7e9ebc097e793facee/delikt-en-delinkwent-de-toepassing-van-de-

  5. Van Zanten HElffers, M. M. J. (z.d.). Delikt en Delinkwent, Pinokkio’s neus: leugens en het gedrag van de verdachte in een verhoorsituatie | InView. Geraadpleegd van https://www.inview.nl/document/id95ef41f069d6443ca8a3455240cc91a2/delikt-en-delinkwent-pinokkio-s-neus-leugens-en-het-gedrag-van-de-verdachte-in-een-verhoorsituatie?ctx=WKNL_CSL_32&tab=tekst&searchid=3765893519

  6. Rechtspraak.nl - Zoeken in uitspraken. (z.d.-b). Geraadpleegd van https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:HR:2010:BM2452

  7. InView, het platform voor de jurist en fiscalist. (z.d.). Geraadpleegd van https://www.inview.nl/document/inoda15412c7cbab6c238f944010e36092da/archief-wetboek-van-strafvordering-a-l-melai-m-s-groenhuijsen-e-a-7-1-de-onschuldpresumptie-als-beginpunt-van-het-strafproces-bij-wetboek-van-strafvordering-artikel-271-verklaring-in-vrijheid-geen-blijk-van-vooringenomenheid?ctx=WKNL_CSL_625&tab=tekst&searchid=3766068913

  8. Centrum Seksueel Geweld. (2025, 1 september). Gevolgen van seksueel misbruik op lange termijn - Centrum Seksueel Geweld. Geraadpleegd van https://centrumseksueelgeweld.nl/gevolgen-langer-geleden/

  9. Andringa, R., Feenstra, S., Andringa, R., & Feenstra, S. (2024b, 30 juni). Nieuwe zedenwet gaat in: “Bewijs vinden blijft vaak moeilijk”. Geraadpleegd van https://nos.nl/artikel/2526747-nieuwe-zedenwet-gaat-in-bewijs-vinden-blijft-vaak-moeilijk

  10. De Rechtspraak. (2017, 1 november). Hoe kijkt een rechter naar een zedenzaak? De Rechtspraak. Geraadpleegd van https://www.rechtspraak.nl

  11. Van Toor, D. (z.d.-b). Het schuldige geheugen? Een onderzoek naar het gebruik van hersenonderzoek als opsporingsmethode in het licht van eisen van instrumentaliteit en rechtsbescherming (Staat en Recht nr. 32), II.3.3.5 De effectiviteit van de Guilty Knowledge Test | InView. Geraadpleegd van https://www.inview.nl/document/idffb3c657a0f74d5eb297c89f9c912939?ctx=WKNL_CSL_2385