Interview met Casper van Vliet: "De rechtbank is Eredivisie, de Raad van State is Champions League"

Interview met Casper van Vliet

"De rechtbank is Eredivisie, de Raad van State is Champions League"

Casper van Vliet is oprichter van CumLaude Legal, het enige kantoor in Nederland dat zich uitsluitend richt op juridische bijstand voor studenten. Vanuit Enschede staat hij studenten bij in geschillen met examencommissies, bij fraude- en plagiaatbeschuldigingen, BSA-procedures en toelatingskwesties. Wat begon als het helpen van een paar vrienden groeide uit tot een volwaardige praktijk. Inmiddels doet hij, met zijn kantoor, zaken tot aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. In januari 2026 werd hij nog geïnterviewd door NRC over de gevolgen van AI voor de waarde van scripties. Van Vliet is inmiddels een vaste naam in de landelijke media: van Nieuwsuur en NOS tot de Telegraaf en het AD. Wij spraken hem over zijn bijzondere pad naar het onderwijsrecht, de werkwijze van examencommissies en wat iedere student zou moeten weten over zijn rechten.

Kun je iets vertellen over je achtergrond?

"Ik wilde eigenlijk officier van justitie worden, omdat mijn vader bij de recherche werkte. Aan de keukentafel hoorde ik altijd verhalen over het strafrecht. Ik ben rechten gaan studeren aan Hogeschool Saxion in Enschede en deed daarnaast aan wielrennen op wedstrijdniveau. Via een minor aan de Universiteit Twente ben ik uiteindelijk ook naar de Universiteit Utrecht gegaan. Gaandeweg heb ik mijn eigen bedrijf opgericht."

Hoe is CumLaude Legal ontstaan?

"Dat ging heel organisch. Ik ben best wel bijdehand en eigenwijs, en op een gegeven moment kregen vrienden van mij, die technische studies deden, problemen met hun examencommissie of met een bezwaarprocedure. Omdat ik rechten deed, kwamen ze bij mij: 'Ik heb een probleem, kun je meekijken?' Als je dat drie, vier, vijf keer doet, word je vanzelf een beetje thuis in de reglementen en de procedures. Op een gegeven moment dacht ik: misschien kan ik hier echt iets mee. Eerst ging het via via, maar uiteindelijk ontkom je er niet meer aan om het bedrijfsmatig aan te pakken. Het was een sneeuwbal die steeds groter werd. Zo is Van Vliet ELS ontstaan, wat later is overgegaan in CumLaude Legal."

In hoeverre heb je te maken met concurrentie?

"Er zijn bijna geen kantoren die doen wat wij doen. Er bestaan wel advocatenkantoren die zich in het onderwijsrecht hebben gespecialiseerd, maar die doen dat er vaak bij naast bijvoorbeeld handhavingsrecht of sociaal zekerheidsrecht of deze staan uitsluitend onderwijsinstellingen bij. Wat ik bovendien heel kwalijk vind, is dat sommige kantoren zowel onderwijsinstellingen als studenten bijstaan. Dat geeft een risico op belangenverstrengeling: de ene dag sta je de examencommissie van een instelling bij, en de dag erna sta je een student bij tegen diezelfde instelling. Dat is niet goed voor het vertrouwen. Wij staan in het onderwijsrecht uitsluitend studenten bij, en dat maakt ons uniek."

Hoe verloopt een zaak in de praktijk?

"Je kunt het opsplitsen in twee situaties. De eerste: een student neemt vroeg contact op, bijvoorbeeld omdat hij verwacht gehoord te worden door de examencommissie. Dan kun je het proces echt sturen. Ik licht de student in over zijn rechten en ik kan eventueel mee naar het hoorgesprek, al is mijn rol daar beperkt. Net zoals een advocaat bij het eerste politieverhoor eigenlijk ook nog niet zo heel veel kan doen, behalve ingrijpen als er te veel druk wordt uitgeoefend. De tweede situatie: de student komt pas bij ons als er al een besluit ligt. Dan kan ik niet zoveel meer doen behalve dat besluit juridisch toetsen en een beroepschrift schrijven. Dan volgt een zitting bij het College van Beroep voor de Examens, en als je daar ongelijk krijgt, kun je nog naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State."

Hoe is het om bij de Raad van State te pleiten?

"Wat ik altijd zeg: er zit echt een niveauverschil. Ik vergelijk het vaak met profvoetbal. De rechtbanken en de meeste colleges van beroep zijn Eredivisieniveau. Dat is degelijk, professioneel, netjes. Maar als je in hoger beroep komt bij de Raad van State, dan is dat Champions League. Dat merk je in hoe zij wetten interpreteren, in hun ervaring, maar ook in hoe zij soms uitspraken van lagere instanties corrigeren. Het zijn echt doorgewinterde juristen; staatsraden. Wat belangrijk is om te weten voordat je gaat pleiten in het bestuursrecht: de rechters of staatsraden hebben de zaak al grondig doorgenomen als je op zitting komt. Ze willen het gesprek gebruiken om de juridische redenering te toetsen en feiten op te helderen. Een lang pleidooi heeft daar minder zin, want alles staat al in het beroepschrift, of had daar moeten staan."

Kun je een voorbeeld geven van een zaak die je is bijgebleven?

"Zeker. Een rechtenstudent uit Amsterdam moest tijdens de coronaperiode via proctoring een examen maken. Bij een van de vragen moest de definitie van een bepaalde stelling worden gegeven. Het antwoord van de student bleek volledig overeen te komen met een samenvatting, tot een spelfout aan toe. De examencommissie concludeerde dat de student die samenvatting erbij had gehad. De student ontkende dat, maar werd enorm onder druk gezet om te bekennen. Er werd geschreeuwd, hij werd verplicht stukken toe te sturen, en er werd gezegd: 'Geef het nu maar toe, anders krijg je een hele zware straf.' Toen de zaak bij het College van Beroep kwam, werd de examencommissie flink op de vingers getikt. Het feit dat de student maanden later die definitie niet meer uit zijn hoofd kon opzeggen, mocht niet als belastende omstandigheid worden aangemerkt. En de manier waarop hij onder druk was gezet, was in strijd met de beginselen van behoorlijk bestuur."

Komt het vaker voor dat examencommissies zo te werk gaan?

"Dit was een extreem geval, maar examencommissies nemen in mijn ervaring vaak een sturende, soms manipulatieve rol in. Bijna altijd is de eerste vraag tijdens een hoorgesprek bij (verdenking van) fraude: 'Waarom denkt u dat u hier bent?' Dat klinkt onschuldig, maar je kunt eigenlijk alleen maar fout antwoorden. Of je bekent meteen, en dan heb je al een belastende verklaring afgelegd, of je noemt iets waar de examencommissie zelf nog niet aan had gedacht. Mijn algemene advies aan cliënten is dan ook vaak: zeg gewoon dat je geen idee hebt en laat hen het vertellen. Ik weet overigens niet altijd of dat bewust is. Veel examencommissieleden zijn gewoon vakdocenten die niet of nauwelijks getraind zijn in het voeren van dit soort gesprekken en weinig weten van de beginselen van behoorlijk bestuur. Bij rechtenfaculteiten ligt dat misschien anders, maar bij bijvoorbeeld een medische opleiding weet een lid niet per se hoe die beginselen werken."

AI-fraude is een actueel thema. Wat zie je in de praktijk?

"Heel veel. En wat mij opvalt: het zijn bijna allemaal studenten met een niet-westerse migratieachtergrond. Dit komt ook terug in het NRC-artikel over dit onderwerp uit januari van dit jaar. Vaak Syrische, Turkse of Marokkaanse studenten. (1) De redenering van sommige docenten en examencommissies is dan: deze student kan toch niet zó goed schrijven, dus dit moet van AI afkomstig zijn. Dat is ontzettend problematisch. Het is ook juridisch de vraag: als er fouten in een stuk zitten, een verkeerd ECLI-nummer of een bron die niet helemaal klopt, is dat dan één op één toe te schrijven aan AI, of kan het ook gewoon een slordigheid zijn? En wat heel belangrijk is: studenten die door een examencommissie gehoord worden over AI-gebruik moeten beseffen dat alles wat ze zeggen tegen hen kan worden gebruikt. Ik zie te vaak dat studenten denken dat een beetje bekennen helpt — 'Ik heb het alleen voor de spelling gebruikt' — maar dan heb je dus wél toegegeven dat je het hebt gebruikt. Als je het niet hebt gebruikt, of als het bewijs daarvoor dun is: zwijg dan."

Heb je tot slot een tip voor studenten die ooit met een examencommissie te maken krijgen?

"Neem zo vroeg mogelijk contact op met iemand die je kan bijstaan. Hoe eerder je advies krijgt, hoe beter het proces gestuurd kan worden en hoe beter je dus ook geholpen kan worden. En onthoud: het is niet aan jou om je onschuld te bewijzen. Het is aan de examencommissie om buiten redelijke twijfel vast te stellen dat er fraude is gepleegd. Als je naar een hoorgesprek gaat, weet dan dat je het recht hebt om te zwijgen. Dat weten veel studenten niet — en eerlijk gezegd weten veel examencommissies het ook niet."

 

(1) Klute, E., De Bruijn, M., & Van Der Wees, J. (2026, 7 februari). Wat zijn scripties waard, nu AI meeschrijft? ‘Je weet niet meer wat je aan het beoordelen bent, de student of de chatbot’. NRC. https://www.nrc.nl/nieuws/2026/01/11/wat-zijn-scripties-waard-nu-ai-meeschrijft-je-weet-niet-meer-wat-je-aan-het-beoordelen-bent-de-student-of-de-chatbot-a4916016